Ramen stijlen en recepten

Jiro-stijl ramen (ramen jiro) thuis maken: vet, knoflook en berg

Lisa de Vries Lisa de Vries
· · 4 min leestijd

Er bestaat geen ramen zoals Jiro. Als je ooit in Tokyo hebt gestaan voor een steegje met een klein zaakje, een enorm bord ramen voor je, en je hoofd schudde van de eerste hap — dan weet je wat ik bedoel.

Inhoudsopgave
  1. Wat maakt Jiro-ramen zo anders?
  2. Stap voor stap: Jiro-ramen bouwen
  3. Tips voor de perfecte Jiro-ervaring
  4. Waarom Jiro-ramen thuis maken zin heeft

Jiro-ramen is niet fijn. Het is niet subtiel. Het is intens.

Dikke, glibberige bouillon die bijna uit zichzelf naar je mond stroomt. Knoflook. Bergen vet. En een berg groenten die eigenlijk groter is dan de noodles zelf. En ja, je kunt dit thuis maken. Echt waar.

Wat maakt Jiro-ramen zo anders?

De meeste ramensoorten spelen op balans. Miso op tonkotsu, shoyu op licht, shio op zout.

Jiro doet daar niet aan mee. Jiro is chaos — op de beste manier mogelijk.

Het begint allemaal in Hakata, Fukuoka, waar de originele Jiro (Jiro Ono) begon met een simpele tonkotsu-base. Maar in plaats van de strakke, geraffineerde tonkotsu die je kent van Fukuoka, voegde hij er knoflook, vet (meestal varkensvet of sojasaus-gebaseerd vetmengsel), en een enorme berg groenten bovenop. Het resultaat? Een ramen die je lichaam warm houdt tot drie dagen later.

De drie pijlers van Jiro-ramen

  • De bouillon: Dik, romig, tonkotsu-gebaseerd, maar niet puur. Vaak gemengd met een beetje dashi of sojasaus voor extra diepte.
  • De groenten: Voornamelijk kool (meestal Chinese kool of hakusai) en bonenkiemen. Gebakken in vet tot ze zacht zijn, maar nog beetje crunch houden.
  • De topping: Een grote hoeveelheid fijngehakt knoflook (vaak 3 à 4 tenen per portie), en een flinke scheut vet — soms varkensvet, soms een speciaal gemaakt vetmengsel met sojasaus en suiker.

Ingrediënten voor 2 porties (Jiro-stijl)

Dit is geen exacte wetenschappelijke formule. Jiro-fanaten gebruiken het begrip "garlic, fat, veggies" als mantra. Maar hier is een solide basis om mee te beginnen:

Voor de bouillon

  • 600 ml tonkotsu-bouillon (zelfgemaakt of kant-en-klaar, bijvoorbeeld van Sapporo Ramen Street-merken of Tokiwa-supermarkt)
  • 2 el sojasus (usukuchi of koikuchi, naar keuze)
  • 1 tl dashi-poeder (optioneel, maar geeft extra umami)
  • 1 tl zout (aanpassen naar smaak)

Voor de groenten

  • 300 g Chinese kool (hakusai), in blokjes gesneden
  • 100 g bonenkiemen
  • 1 el varkensvet of plantaardig vet (voor bakken)
  • Snufje zout en peper

Voor de knoflook-vet-topping

  • 6 tenen knoflook (ja, zes), fijngehakt of geperst
  • 2 el varkensvet of boter
  • 1 el sojasus
  • 1 tl suiker (optioneel, maar geeft die typische Jiro-smaak)

Voor de noodles

  • 2 porties verse ramen-noodles (bij voorkeur dunne, korte, harde noodles — zoals die van Sun Noodle of Tokiwa)

Stap voor stap: Jiro-ramen bouwen

1. Maak de knoflook-vet-saus

Verwarm een kleine pan op laag vuur. Voeg het vet toe en laat het smelten.

2. Bak de groenten

Voeg dan de fijngehakt knoflook toe en fruit hem zachtjes — niet bakken! Je wilt geen bittere knoflook, alleen zachte, geurige. Na twee minuten voeg je de sojasus en suiker toe. Roer even en zet het vuur uit.

Dit is je magische topping. Bewaar het apart. Verwarm een wok of koekenpan op hoog vuur.

3. Maak de bouillon heet

Voeg het vet toe en bak de kool en bonenkiemen in 3-4 minuten.

Ze moeten zacht zijn, maar nog beetje bite houden. Voeg snufje zout en peper toe. Zet apart. Verwarm de basis voor je eigen ramen in een pan.

4. Kook de noodles

Voeg sojasus, dashi en zout toe. Proef en corrigeer. Ben je op zoek naar een pittige tantanmen met sesam en chili? Het mag best zoutig zijn — Jiro is niet bang voor smaak.

Kook de noodles volgens de verpakking, maar korter dan aangegeven. Jiro-noodles zijn altijd beetje hard (koshi ga yowai). Giet af en spoel lichtjes af met koud water om het zetmeel te verwijderen.

5. Assembleer je Jiro-bowl

Doe de noodles in een grote kom. Giet de romige vegane tonkotsu bouillon erover.

Leg de berg groenten erbovenop. En dan — het moment suprême — schep 2 à 3 eetlepels van die knoflook-vet-saus erover. Niet bescheiden. Niet tegoeh. Gewoon erop.

Tips voor de perfecte Jiro-ervaring

  • Geen schroom voor knoflook: 6 tenen per 2 porties is normaal. Als je echt wilt Jiro-naëven, ga dan voor 4 tenen per portie.
  • Gebruik verse noodles: Droge ramen-noodles (zoals van Nissin of Samyang) doen het niet. Ga voor verse noodles van een Japanse supermarkt of online (bijvoorbeeld via Tokiwa of Nippon Yo).
  • Zet de deur dicht: Deze ramen ruikt. En houdt ruiken. Maak het aan het raam, of beter: geniet ervan met mensen die het begrijpen.
  • Voeg een ei toe (optioneel): Een zachtgekookt ei met een vloeibare dooier is een geweldige toevoeging. De romige dooier mengt perfect met de dikke bouillon.

Waarom Jiro-ramen thuis maken zin heeft

Jiro is geen ramen die je snel opwarmt tussen door. Het is een ervaring.

Het is het soort maaltijd dat je maakt als je iets groots wilt vieren, of juist als je een slechte dag wilt verzachten met de intensiteit van honderd tenen knoflook. Het is niet gezond.

Het is niet licht. Maar het is echt. En soms is precies dat wat je nodig hebt.

Dus volgende keer als je zin hebt in iets levendigs, iets dat je smaakpapillen wakker schudt en je maag warm houdt — maak dan Jiro-ramen thuis. Niet perfect. Niet subtiel. Maar met hart, vet, en bergen knofwant.


Lisa de Vries
Lisa de Vries
Gepassioneerde thuiskok en receptontwikkelaar

Lisa deelt graag haar favoriete recepten en kooktips met heel Nederland.

Meer over Ramen stijlen en recepten

Bekijk alle 28 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
De vier klassieke ramen-stijlen uitgelegd: shoyu, miso, shio en tonkotsu
Lees verder →